28 december: Psalm 145

U, mijn God en Koning, wil ik roemen,
uw Naam prijzen tot in eeuwigheid.
Elke dag opnieuw wil ik U prijzen,
uw Naam loven tot in eeuwigheid:
‘Groot is de HEER, Hem komt alle lof toe,
zijn grootheid is niet te doorgronden.’ Psalm 145:1-3

Alweer de laatste lezing in een serie van een jaar lezen in het Oude Testament. Wat heeft het jou opgeleverd? Wat heeft het mij opgeleverd? Ik geef een paar dingen door in de hoop dat het je helpt om je eigen evaluatie te maken.

1. Elke dag opnieuw wil ik U prijzen. Nou, dat valt tegen. Ik heb alles aan God te danken. Ik heb alle reden om mijn heil bij Hem te zoeken. Ik weet met mijn hoofd en bij ondervinding dat Hij de God is van wie ik alle goed te verwachten heb en toch… Toch zit diep in mij een tegenzin om God elke dag opnieuw te prijzen. Soms pakte ik de bijbel puur als een verplichting. En vaak – niet altijd – verrast God je dan toch met zijn goedheid. Het lezen in de bijbel leert je God kennen maar ook jezelf. En voor wat betreft dat laatste is het niet altijd prettige kennis die je op doet. En tegelijkertijd is het toch ook waar: ik wil God elke dag prijzen. Maar ik kom er steeds meer achter: dat ik Hem wil prijzen komt omdat Hij mij vasthoudt. Als je gaat geloven kom je in een conflict terecht – Hij of ik – dat zal duren tot je dood.

2. Groot is de HEER, Hem komt alle lof toe, zijn grootheid is niet te doorgronden. Als ik terugkijk op het afgelopen jaar dan kan ik niet anders dan zeggen: het is waar, God is groot. Al lezend in de bijbel ben ik onder de indruk gekomen van de majesteit van God. God is zo anders dan ik denk. God is zo veel groter dan ik me voorstellen kan. God is zo veel groter dan ik ervaren kan. En daarom: er is zoveel waarvoor God de dank en eer toekomt. Juist de Psalmen zijn een belangrijke oefening geweest in het leren ontdekken van God in het dagelijks leven. Maar juist ook de Psalmen hebben me de ogen geopend voor de ondoorgrondelijkheid van God. Wij hebben God niet in onze zak zitten. Dat maakt ook bescheiden. Ik hoef ook niet alles te weten. Ik weet dat God te vertrouwen is, ook in zijn ondoorgrondelijke grootheid.

3. Uw Naam prijzen tot in eeuwigheid. Bij alles wat voorbij gaat, is God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Dat maakt dat God anders is dan wij zijn. Wij zijn mensen van de tijd. Vandaag ben je er, maar of je er morgen nog bent, valt nog maar te bezien. Dat maakt ons leven tot iets onzekers. Daar kun je niet elk moment bij stil staan, maar om het helemaal uit het oog te verliezen is ook niet goed. Maar juist ons vergankelijke mensen wordt een uitnodiging gedaan om deel te nemen aan Gods eeuwigheid. Het is niet zomaar dichterlijke overdrijving als gezegd wordt: uw Naam prijzen tot in eeuwigheid. Dat is de bestemming van je leven zoals God het voor zich ziet. Dat is uitnodiging die je van Hem krijgt.

U, mijn God en Koning, wil ik roemen.

Advertenties

27 december: Psalm 34

Al blijft de rechtvaardige niets bespaard,
de HEER zal hem steeds weer bevrijden.
Hij waakt zelfs over zijn beenderen,
niet één ervan wordt verbrijzeld. Psalm 34:20-21

‘Ik snap niet waarom mij dit moest overkomen. Ik heb altijd geprobeerd ieder het zijne te geven, om het goede te doen. En nu dit. Waarom overkomt mij dit?’

De waarom-vraag is een verschrikkelijke vraag, onder andere omdat er zo vaak geen zinnig antwoord op te geven is. In het bovenstaand zinnetje zit echter een vooronderstelling die niet bijbels is. En die vooronderstelling maakt de waarom-vraag extra onverteerbaar. Veel mensen leven – onbewust – vanuit de gedachte: als ik geloof in God en mij aan bepaalde afspraken houd, zal God ervoor zorgen dat erge dingen mij bespaard blijven. Juist als lijden mensen treft, komt in hun spreken over God soms een soort verzekeringsterminologie naar voren. Ik heb toch altijd netjes premie betaald en nu gebeurt me toch dit…De vrienden van Job lijken er zo ook een beetje tegen aan te kijken: Job, als dit je allemaal overkomt, dan zul je wel geen rechtvaardige zijn, want als je rechtvaardig was dan…

Psalm 34 zet een streep door een al te naïeve theologie die zegt: als je gelooft, zal je niets overkomen. Psalm 34 zegt heel steil: zelfs de rechtvaardige kan het allerergste overkomen. Misschien zeg je wel: wat heeft het dan voor zin om te geloven? Dat is een goede vraag. Is de zin van geloven dat je leven gevrijwaard blijft van ellende? Of is de zin van geloven iets anders? En ben je daar dan in geïnteresseerd?

Ik moet sterk denken aan Jezus bij de verzen die hierboven staan. Johannes vertelt in zijn evangelie dat na het sterven van Jezus zijn beenderen niet worden gebroken door de soldaten (Johannes 19:32 en 36). Johannes ziet daar Psalm 34 vervuld worden. Hier is een rechtvaardige die niets bespaard is gebleven. Zelfs de godverlatenheid niet. Maar zelfs al is deze rechtvaardige gestorven, de HEER heeft Hem bevrijd en Hem op doen staan.

Voor Jezus was het contact met en het doen van de wil van zijn Vader belangrijker dan de garantie op een leven zonder al te grote problemen. In het leven van Jezus wordt mij duidelijk dat het antwoord op de waarom-vraag in ieder geval niet is: omdat God niet van mij houdt. Daarmee weet ik nog steeds heel veel niet, maar ook iets heel belangrijks wel.

God behoedt je niet altijd voor alles. Maar Hij houdt je wel vast. En dat maakt alle verschil.

26 december: Psalm 33

Schenk ons uw trouw, HEER,
op U is al onze hoop gevestigd. Psalm 33:22

Eén van de dingen die bijbellezen zo moeilijk maakt, is het feit dat wij in een cultuur leven die zo heel anders tegen de werkelijkheid aankijkt dan de bijbel. Neem Psalm 33. Als redenen om God te loven worden genoemd het feit dat God de wereld geschapen en dat Hij deze wereld leidt volgens een plan. Schepping en voorzienigheid. Twee begrippen die in het bijbels geloof fundamenteel zijn.

Twee begrippen die in onze cultuur voor velen volstrekt onvanzelfsprekend geworden zijn. Hoezo schepping, alles is toch ontstaan via zelfstandige processen? En hoezo voorzienigheid? Als God de geschiedenis leidt, hoe zit het dan met Auschwitz, de goelag archipel? Is niet de tragiek van het bestaan dat er zoveel toeval is? Is dat niet wat veel mensen merken: dat hun geloof in God is veranderd in een overgeleverd zijn aan het toeval?

Misschien komt daarom de lofzang ons soms maar moeilijk over de lippen. Niet omdat we het niet willen, maar omdat we het niet kunnen, omdat we het niet zien, niet kunnen zien.

Vertrouwen op de God van Israël is iets dat altijd aangevochten wordt. Het lijkt me goed om dat met elkaar te delen. Om niet te doen alsof alles wat we in de bijbel lezen maar vanzelfsprekend aansprekend is. Je moet er soms hard voor vechten om door te blijven lezen. En juist het onderling gesprek kan dan helpen. Waar ik even geen licht heb, kun jij me helpen. Waar jij het even niet kunt meemaken, kan ik je laten zien hoe het bij mij werkt. En dan nog…

Psalm 33 is een oproep om God te prijzen. Ik laat me graag door de Psalm wijs maken. En ik zing mee. De ene dag komt het meer uit mijn hart dan de andere. Maar de laatste woorden van de Psalm zijn een gebed. En dat helpt me. Zelfs als het gaat om het vinden van de juiste toonhoogte van de lofprijzing ben ik van God afhankelijk. En dat weet Hij. Op Hem is al mijn hoop gevestigd. Hij zal trouw zijn. Ook in het openen van mijn ogen voor zijn schepping en voorzienigheid.

24 december: Psalm 63

David zoekt God. Hij verlangt met lichaam en ziel naar God. David laat een vorm van geloven zien die zo anders is dan mijn vaak dorre en doodse geloof. Misschien heb jij dat ook wel. Merk je bij het lezen van deze Psalm nu iets bij jezelf van: dat zou ik ook willen, wees er dan van overtuigd dat dat God zelf is die dat begin van verlangen in je leven legt.

Oké, maar hoe gaat het dan verder? Ik begin een beetje te ontdekken dat er veel meer van God te ontdekken en te genieten is dan ik ooit gedacht had. En nu? Wat moet ik nu doen?

Wij moeten proberen om ons verlangen naar God brandend te houden. Wij zijn veel te snel tevreden. Maar dat moeten we niet zijn. Of we zijn veel te cynisch en wantrouwend: dat persoonlijk geloof dat is vast niet voor mij weggelegd, zo ben ik nou eenmaal niet. Nou, God kan je veranderen. God wil je veranderen. God wil geen abstract idee zijn in je leven, maar Hij wil een levende realiteit worden in je leven, Hij wil degene worden die ervoor zorgt dat je hart sneller gaat kloppen. Die ervoor zorgt dat je gebeden vol hartstocht worden.

Wat je praktisch kunt doen? Weet je wat het allerbelangrijkste is? Stil worden voor God. Echt stil worden. En je bewust worden hoe schamel je bestaan eigenlijk is. Stil worden en je bewust worden hoe teleurgesteld je eigenlijk bent in het leven, in anderen, in jezelf, ja, in God. Stil worden en je bewust worden van de pijn die er is in je leven. En dan is er die stem en die zegt: ik wou dat het anders kon. En dan zegt Jezus tegen je: het kan ook anders. Volg mij en je zult God leren kennen, persoonlijk, levensveranderend.

Weet je wat bidden is? Bidden is je eigen machteloosheid uitspreken voor God. God, ik zou zo graag geloviger zijn, ik zou zo graag meer zicht op U krijgen, ik zou zo graag U beter leren kennen, ik zou zo graag leren bidden. Zeg het tegen God. Als je zo gaat bidden, dan sta je onder een grote belofte. Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden. klopt en er zal opengedaan worden.

21 december: Psalm 116

De HEER heb ik lief. Psalm 116:1

Godsdienst is een veel voorkomend verschijnsel. Misschien in onze tijd en in onze cultuur niet zo, maar daarin zijn wij dan de uitzondering. In veel godsdiensten staat de omgang met een godheid centraal. Voor veel gelovigen – inclusief christenen – is de omgang met God geregeld door allerlei rituelen, geboden en verboden. Al snel wordt godsdienst een soort systeem – met alle risico’s van dien – en God wordt al snel een “bovenbaas” (met dank aan Marten Toonder): een abstract soort persoon met wie je nooit zelf te maken krijgt. God als een instantie, vergelijkbaar met de belastingdienst: communicatie is ingewikkeld, gaat eerder over tegenvallers dan over meevallers en resulteert in weer een betaling.

In de Psalmen kom je een heel ander beeld van de omgang met God tegen. De dichter zegt: ‘Ik heb de HEER lief.’ Dat is niet de taal van het systeem maar de taal van het hart. Dat is niet de taal van het versteende ritueel, maar de taal van de ontmoeting.

Misschien lees je zo’n zinnetje en lees je dan snel door. ‘Niets voor mij.’ ‘Zo ervaar ik dat niet.’ ‘Dat is iets voor spirituele toppers.’ ‘Ik weet niet zo goed wat ik hier mee aan moet.’

Heb ik God lief? Een goede vraag. Niet om jezelf een schuldgevoel aan te praten (‘ik doe het weer eens niet goed’) maar om een vergezicht op te roepen. Je weet hopelijk iets van liefde. Hoe liefde de omgang met andere mensen tot een feest kan maken. Hoe de liefde je vleugels geeft. Hoe de liefde het beste in jou naar boven haalt. Dat alles heeft ook een plek in de omgang met God. God is geen systeem dat tevreden gesteld moet worden maar een Persoon die liefde geeft waardoor wij tot onze bestemming komen (zou een mooie samenvatting van Kerst zijn).

Geloven is God liefhebben. Weet je niet precies hoe dat werkt? Leerling van Jezus worden is leren liefhebben.

20 december: Psalm 127

Vandaag geef ik een paar woorden van Eugene Peterson door.

‘De eerste mensen die deze psalm hebben gezongen, hadden zich veel moeite getroost om in Jeruzalem te komen. Sommigen kwamen van heel ver en hadden geweldige moeilijkheden overwonnen. Zou er onder de pelgrims een neiging geweest zijn om elkaar te feliciteren met de succesvolle tocht, om te glunderen van trots over wat zij bereikt hadden, om elkaar de verhalen van hun belevenissen te vertellen? Werden er vergelijkingen getrokken over wie de langste pelgrimstocht had gemaakt, of de snelste pelgrimstocht, of wie de meeste buren had meegenomen, of wie het vaakst gekomen was? Toen, dwars door het geroezemoes van de mensen heen, stapte er iemand naar voren die de toon van de gesprekken verhoogde: ‘Als God niet bouwt…bewaakt…’Niet de pelgrimstocht staat centraal, de Heer staat centraal. Hoe hard zij ook hadden geploeterd om hier te komen, hoeveel heldhaftige dingen zij ook hadden verricht – bandieten van het lijf houden, leeuwen afslaan, wolven verpletteren – dat is niet wat er bezongen werd. Psalm 127 benadrukt een perspectief waarin onze inspanning aan de rand en Gods werk in het middelpunt staat.’ (Eugene Peterson, Een zaak van lange adem, pp.106-107)

Je kunt deze Psalm lezen als een kritiek op de maakbaarheid Zo bezien doet deze Psalm wel een beetje pijn: mijn inspanningen worden gerelativeerd. Maar Gods kritiek is altijd tegelijkertijd genade. Deze Psalm is namelijk ook een uitnodiging om ons werk te zien in het perspectief van Gods werk en van daaruit te gaan leven. Ik ken geen beter middel tegen stress!