2 mei: Nehemia 2

De koning zei tegen mij: Wat verzoekt u dan? Toen bad ik tot de God van de hemel en zei tegen de koning… Nehemia 2:4-5a (HSV)

Het boek Nehemia gaat over herstel. Er was veel te herstellen. Het volk Israël was weggevoerd in ballingsschap. Profeten vertelden dat die ballingsschap geen toevallige gebeurtenis was – resultaat van machtspolitiek – maar een oordeel van God over de trouweloosheid van zijn volk.

Vanuit de troosteloosheid van de ballingsschap ontstaat weer iets van een nieuw begin. Er komt een beweging van terugkeer op gang. Opvallend is dat in deze beweging van terugkeer niet het politieke element centraal staat. Het gaat niet zozeer om het volk Israël dat terugkeert naar het eigen land, maar om het volk Israël dat terugkeert tot de stad Jeruzalem, die een heilige stad is vanwege de tempel. Het gaat uiteindelijk om herstel van de eredienst aan God.

Opvallend in dit boek vind ik de wijze waarop Nehemia vroomheid en ondernemingsdrang combineert. Het is verdriet over het lot van de inwoners van Jeruzalem dat Nehemia brengt tot een schuldbelijdenis en een pleiten op Gods beloften voor mensen die Hem zoeken (Nehemia 1). Uit deze gebeden rijpt een plan dat Nehemia aan de koning wil voorleggen. De koning vraagt: wat wil je. Nehemia haalt adem, bidt in stilte “God help” en steekt van wal. Wat is vroomheid? Dat je God betrekt bij wat je onderneemt. Soms gaat dat via lange intense gebeden. Soms gaat dat via schietgebedjes. Vroomheid begint bij het inzicht dat niets voor God onbelangrijk is, niets te triviaal.

Ik las een schitterende zin in de studiebijbel In Perspectief: “De gebeden waarin om goddelijk ingrijpen wordt verzocht en waarin men zich verlaat op het handelen van God, houden een grote stimulans tot handelen in, juist de bidder niet werkeloos behoeft af te wachten op de gebedsverhoring. De belangrijkste personen in de boekrol rekenen er namelijk op dat hun ondernemingen zullen slagen dankzij het goddelijke handelen, en juist daarom pakken zij het werk aan.”

Advertenties