19 juni: Filippenzen 4

Ik kan alles aan, dankzij Hem die mij kracht geeft. Filippenzen 4:13 (Willibrordvertaling ’95)

Als je wilt dat de volle omvang van bijbelwoorden tot je doordringt, moet je ze niet snel lezen zoals je de krant leest. De krant lees je om even op de hoogte te komen van wat er speelt in de wereld. De woorden van de bijbel zijn bedoeld om je leven van binnenuit te veranderen. Maar dan moeten die woorden wel de kans krijgen om hun werk te doen.

Daar zijn verschillende methoden voor. Je kunt de Geest niet dwingen, maar je kunt wel jezelf zo open mogelijk voor de Geest maken. Een oefening die je daarbij kunt doen is het volgende. Neem een korte bijbeltekst en herhaal die tekst terwijl je de klemtoon steeds op een ander woord legt. Laat het woord dat nadruk heeft dan even bezinken en associeer. Voorbeeld: de tekst die hierboven staat.

IK: in de bijbel gaat het niet over algemene waarheden, maar God wil persoonlijk worden. Deze bijbeltekst is voor mij. Het slaat op mij. Het gaat hier niet over super geloofshelden, maar ik mag dit nazeggen. IK.

KAN: dat is tegenwoordige tijd. Niet: ik kon, of ik zal straks kunnen. Nee, hier en nu. God is de God die beloofd heeft: Ik ben erbij. Elk moment. Ik leef met God in het heden. Kunnen duidt verder op een mogelijkheid. Dat is een belangrijk bijbels uitgangspunt. God leert je denken in mogelijkheden in plaats van te berusten in onmogelijkheden. KAN.

ALLES: alles? Ja. Alles. Vul dat eens concreet in. Wat houd je bezig in je leven? Waar denk je aan onder door te zullen gaan? Wat kost je de meeste energie, waar liggen je grootste frustraties? Zou dat allemaal onder dat “alles” vallen? Ja! ALLES.

DANKZIJ: Wat we tot nu toe overwogen hebben kan nog een soort goedkope tjakka-filosofie zijn. “Ik kan alles aan! Yes!!!” Het christelijk geloof is niet de zoveelste denk-positief-want-je-kunt-veel-meer-dan-je-denkt-filosofie. Wij zijn zwakke mensen die als een berg tegen dingen op kunnen zien om de simpele reden dat we er niet tegen opgewassen zijn. Wij kunnen de dingen alleen maar aan dankzij een ander. Dat zet je meteen op het spoor van dankbaarheid. Het is niet vanzelfsprekend! DANKZIJ.

HEM: wie is het die je kracht geeft? Geen goeroe die uiteindelijk zegt: ‘je moet het zelf doen’, maar de HEER van het heelal die alle macht is gegeven in de hemel en op aarde. Die rondgelopen heeft op deze aarde en weet wat jij te verduren hebt. Die weet hoe onmachtig je je kunt voelen. Je krijgt je kracht niet uit een onpersoonlijke bron, nee, je krijgt het van HEM.

en zo verder…Dit kun je met zoveel teksten doen!

Advertenties

18 juni: Filippenzen 3

Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in zijn lijden en gelijk worden in zijn dood, in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan. Filippenzen 3:10-11

Het is goed om jezelf doelen te stellen. Dat geeft focus aan je leven. Er zijn zoveel dingen die om onze aandacht vragen. Er is zoveel gelegenheid om je te verliezen in allerlei onnozele dingen. Eén van de meest goede voorbeelden daarvan is het internet. Er staat zoveel op het internet dat wel leuk en aardig is, maar waar je prima zonder zou kunnen. En toch is het zo verleidelijk om uren op het net door te brengen.

Als je niet weet wat je wil, weet je niet waar je moet beginnen. En als je niet weet waar je moet beginnen, dan ga je tollen. Zolang je niet weet welke afslag je wilt nemen, ben je gedoemd rondjes te rijden op de rotonde. Dan zal je leven nooit echt vorm krijgen.

Neem al die voetballers op het EK. Zij hebben een doel in hun leven: de beste worden op hun gebied. En daar trainen ze voor, volgen ze diëten en wat niet meer. Ex-sporters belanden nog wel eens in een zwart gat: ik wist niet meer wat ik met mijn leven moest beginnen.

Paulus heeft een duidelijke focus in zijn leven. En dat verklaart voor een deel de enorme hoeveelheid werk die deze man in zijn leven verzet heeft. “Ik wil Christus kennen.” Hoe zou jouw leven eruit zien als dat de focus van je leven zou zijn?

Je kunt wel eens het idee hebben dat je jezelf tekort doet als je Christus tot centrum van je leven maakt. Ga ik dan niet een heleboel andere dingen missen? Paulus zegt tegen je: het kennen van Christus Jezus overtreft alles! (3:8) En dat komt uit de mond van iemand die in eerste instantie niets van Jezus wilde weten, die omwille van Jezus gevangen heeft gezeten en zijn hele leven in dienst heeft gesteld van Jezus. Als Paulus zegt dat Christus Jezus alles overtreft, dan kun je dat serieus nemen.

Ik wil Christus kennen, want Hij overtreft alles. Schrijf dat eens op een sticker en plak die op je agenda of op je beeldscherm. En let eens op hoe dat je leven kan veranderen.

15 juni: Filippenzen 2

Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader. Filippenzen 2:10-11

Wie staat er eigenlijk centraal in je geloofsleven? Een tijdje geleden vroeg iemand aan mij: jij praat zoveel over Jezus, moet het niet meer over God gaan? Staat Jezus niet teveel centraal?

Dat is nog niet zo’n gekke vraag. Als je wat rond kijkt in de kerk, zie je in sommige kringen dat het bijna uitsluitend over “God” gaat. Over God wordt gesproken, tot God wordt gebeden. Terwijl in andere kringen de aandacht bijna exclusief naar Jezus gaat. Hij is voortdurend onderwerp van gesprek en tot Hem wordt voortdurend gebeden. Al snel kom je op het idee dat er iets van concurrentie zou kunnen zijn tussen God en Jezus. Alsof de aandacht die je voor de één hebt, ten koste zou kunnen gaan van de ander. Is dat ook zo?

In de tekst die hierboven staat wordt God de Vader genoemd als degene die alle eer aan zijn Zoon geeft. God de Vader is degene die zijn Zoon in het centrum van de aandacht van de hele schepping zet. Elke tong zal belijden: Jezus Christus is Heer. En dan moet je bedenken dat daar in het Grieks voor “Heer” een woord staat (‘kurios’) dat gebruikt wordt om de unieke Naam van God in het Oude Testament (‘HEER’) te vertalen! Het is God zelf die zijn Zoon alle eer geeft.

Kunnen wij God dan tekort doen door Jezus centraal te stellen in ons geloofsleven? Of doen we dan gewoon wat God zelf geboden heeft?

Als je trouwens gaat lezen in de evangeliën dan moet je eens opletten hoe vaak Jezus spreekt over de eer en de verheerlijking van zijn Vader (Matteüs 5:16, Johannes 15:8). Jezus vat zijn leven samen met de woorden: “Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.” (Johannes 17:4 NBG’51) Kortom, in het leven van de Zoon draait het om de verheerlijking van de Vader!

De Vader richt onze aandacht op zijn Zoon. Terwijl de Zoon onze aandacht richt op zijn Vader. ‘Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet, die Hem gezonden heeft.’ (Johannes 5:23)

Wie staat er centraal in je geloofsleven? Het is misschien toch geen goede vraag. Want als je Jezus centraal stelt in je geloofsleven dan leidt Jezus je tot de verheerlijking van zijn Vader. Stel je God centraal in je geloofsleven, dan leidt Hij je tot de verheerlijking van zijn Zoon. Zo worden wij mensen binnengeleid in de liefde van de Vader voor de Zoon en van de Zoon voor de Vader. Die goddelijke liefde over en weer is ons eeuwig thuis!

Inleiding op de brief aan de Filippenzen

Auteurschap
De brief geeft zelf als schrijver Paulus aan. En er zijn weinig mensen die daar serieus aan twijfelen. Wel is het de vraag of de Christus-hymne die we in hoofdstuk 2 vinden oorspronkelijk van Paulus afkomstig is. Verder is het ook de vraag of deze brief echt één brief is, of is samengesteld uit verschillende Paulus-teksten.

Geadresseerden
De vader van Alexander de Grote heette Filippus van Macedonië. Naar hem is de stad Filippi genoemd. Deze stad was sinds 42 vChr een Romeinse kolonie. Op zijn tweede zendingsreis is Paulus in deze stad geweest (Handelingen 16:11-40) en op zijn derde zendingsreis bezoekt hij de stad opnieuw (Handelingen 20:1-6).

Plaats en tijd van ontstaan en bestemming
Ook deze brief behoort tot de zogenaamde “gevangenschapsbrieven”.
Dat Paulus in levensgevaar is geweest (1:20), is in elk geval in Efeze geweest (1 Korintiërs 15:32). Het zou kunnen zijn dat de brief in Efeze geschreven is rond 53/54. Als dat niet zou kloppen, dan moet de brief aan het einde van Paulus’ gevangenschap in Rome gedateerd worden (ca. 61-62).

Karakteristieken van de brief
Volgens Klijn zorgt het gegeven dat in de christelijke gemeente te Filippi geen al te grote problemen waren ervoor dat Paulus wat meer dan anders kan ingaan op zijn eigen situatie. Wij horen in deze brief over de gevangenschap van Paulus en zijn lijden omwille van het evangelie. Juist daarom is opvallend hoezeer de vreugde een steeds terugkerend thema in deze brief is.
In de brief waarschuwt Paulus voor een dwaling die te maken heeft met het willen bereiken van volmaaktheid. Klijn vat samen: “Het zou kunnen gaan over mensen die door het bezit van de Geest veronderstellen een volmaakt nakomen van de wet te kunnen bereiken. En dat niet in de toekomst maar nu en op aarde.” [p.98]

19 juni: Filippenzen 4

Ik kan alles aan, dankzij Hem die mij kracht geeft. Filippenzen 4:13 (Willibrordvertaling ’95)

Als je wilt dat de volle omvang van bijbelwoorden tot je doordringt, moet je ze niet snel lezen zoals je de krant leest. De krant lees je om even op de hoogte te komen van wat er speelt in de wereld. De woorden van de bijbel zijn bedoeld om je leven van binnenuit te veranderen. Maar dan moeten die woorden wel de kans krijgen om hun werk te doen.

Daar zijn verschillende methoden voor. Je kunt de Geest niet dwingen, maar je kunt wel jezelf zo open mogelijk voor de Geest maken. Een oefening die je kunt doen is het volgende. Neem een korte bijbeltekst en herhaal die tekst terwijl je de klemtoon steeds op een ander woord legt. Laat het woord dat nadruk heeft dan even bezinken en associeer. Voorbeeld: de tekst die hierboven staat.

IK: in de bijbel gaat het niet over algemene waarheden, maar God wil persoonlijk worden. Deze bijbeltekst is voor mij. Het slaat op mij. Het gaat hier niet over super geloofshelden, maar ik mag dit nazeggen. IK.

KAN: dat is tegenwoordige tijd. Niet: ik kon, of ik zal straks kunnen. Nee, hier en nu. God is de God die beloofd heeft: Ik ben erbij. Elk moment. Ik leef met God in het heden. Kunnen duidt verder op een mogelijkheid. Dat is een belangrijk bijbels uitgangspunt. God leert je denken in mogelijkheden in plaats van te berusten in onmogelijkheden. KAN.

ALLES: alles? Ja. Alles. Vul dat eens concreet in. Wat houd je bezig in je leven? Waar denk je aan onder door te zullen gaan? Wat kost je de meeste energie, waar liggen je grootste frustraties? Zou dat allemaal onder dat “alles” vallen? Ja! ALLES.

DANKZIJ: Wat we tot nu toe overwogen hebben kan nog een soort goedkope tjakka-filosofie zijn. “Ik kan alles aan! Yes!!!” Het christelijk geloof is niet de zoveelste denk-positief-want-je-kunt-veel-meer-dan-je-denkt-filosofie. Wij zijn zwakke mensen die als een berg tegen dingen op kunnen zien om de simpele reden dat we er niet tegen opgewassen zijn. Wij kunnen de dingen alleen maar aan dankzij een ander. Dat zet je meteen op het spoor van dankbaarheid. Het is niet vanzelfsprekend! DANKZIJ.

HEM: wie is het die je kracht geeft? Geen goeroe die uiteindelijk zegt: ‘je moet het zelf doen’, maar de HEER van het heelal die alle macht is gegeven in de hemel en op aarde. Die rondgelopen heeft op deze aarde en weet wat jij te verduren hebt. Die weet hoe onmachtig je je kunt voelen. Je krijgt je kracht niet uit een onpersoonlijke bron, nee, je krijgt het van HEM.

en zo verder…Dit kun je met zoveel teksten doen!

18 juni: Filippenzen 3

Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in zijn lijden en gelijk worden in zijn dood, in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan. Filippenzen 3:10-11

Het is goed om jezelf doelen te stellen. Dat geeft focus aan je leven. Er zijn zoveel dingen die om onze aandacht vragen. Er is zoveel gelegenheid om je te verliezen in allerlei onnozele dingen. Eén van de meest goede voorbeelden daarvan is het internet. Er staat zoveel op het internet dat wel leuk en aardig is, maar waar je prima zonder zou kunnen. En toch is het zo verleidelijk om uren op het net door te brengen.

Als je niet weet wat je wil, weet je niet waar je moet beginnen. En als je niet weet waar je moet beginnen, dan ga je tollen. Zolang je niet weet welke afslag je wilt nemen, ben je gedoemd rondjes te rijden op de rotonde. Dan zal je leven nooit echt vorm krijgen.

Neem al die voetballers op het WK. Zij hebben een doel in hun leven: de beste worden op hun gebied. En daar trainen ze voor, volgen ze diëten en wat niet meer. Ex-sporters belanden nog wel eens in een zwart gat: ik wist niet meer wat ik met mijn leven moest beginnen.

Paulus heeft een duidelijke focus in zijn leven. En dat verklaart voor een deel de enorme hoeveelheid werk die deze man in zijn leven verzet heeft. “Ik wil Christus kennen.” Hoe zou jouw leven eruit zien als dat de focus van je leven zou zijn?

Je kunt wel eens het idee hebben dat je jezelf tekort doet als je Christus tot centrum van je leven maakt. Ga ik dan niet een heleboel andere dingen missen? Paulus zegt tegen je: het kennen van Christus Jezus overtreft alles! (3:8) En dat komt uit de mond van iemand die in eerste instantie niets van Jezus wilde weten, die omwille van Jezus gevangen heeft gezeten en zijn hele leven in dienst heeft gesteld van Jezus. Als Paulus zegt dat Christus Jezus alles overtreft, dan kun je dat serieus nemen.

Ik wil Christus kennen, want Hij overtreft alles. Schrijf dat eens op een sticker en plak die op je agenda of op je beeldscherm. En let eens op hoe dat je leven kan veranderen.

15 juni: Filippenzen 2

Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader. Filippenzen 2:10-11

Wie staat er eigenlijk centraal in je geloofsleven? Een tijdje geleden vroeg iemand aan mij: jij praat zoveel over Jezus, moet het niet meer over God gaan? Staat Jezus niet teveel centraal?

Dat is nog niet zo’n gekke vraag. Als je wat rond kijkt in de kerk, zie je in sommige kringen dat het bijna uitsluitend over “God” gaat. Over God wordt gesproken, tot God wordt gebeden. Terwijl in andere kringen de aandacht bijna exclusief naar Jezus gaat. Hij is voortdurend onderwerp van gesprek en tot Hem wordt voortdurend gebeden. Al snel kom je op het idee dat er iets van concurrentie zou kunnen zijn tussen God en Jezus. Alsof de aandacht die je voor de één hebt, ten koste zou kunnen gaan van de ander. Is dat ook zo?

In de tekst die hierboven staat wordt God de Vader genoemd als degene die alle eer aan zijn Zoon geeft. God de Vader is degene die zijn Zoon in het centrum van de aandacht van de hele schepping zet. Elke tong zal belijden: Jezus Christus is Heer. En dan moet je bedenken dat daar in het Grieks voor “Heer” een woord staat (‘kurios’) dat gebruikt wordt om de unieke Naam van God in het Oude Testament (‘HEER’) te vertalen! Het is God zelf die zijn Zoon alle eer geeft.

Kunnen wij God dan tekort doen door Jezus centraal te stellen in ons geloofsleven? Of doen we dan gewoon wat God zelf geboden heeft?

Als je trouwens gaat lezen in de evangeliën dan moet je eens opletten hoe vaak Jezus spreekt over de eer en de verheerlijking van zijn Vader (Matteüs 5:16, Johannes 15:8). Jezus vat zijn leven samen met de woorden: “Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.” (Johannes 17:4 NBG’51) Kortom, in het leven van de Zoon draait het om de verheerlijking van de Vader!

De Vader richt onze aandacht op zijn Zoon. Terwijl de Zoon onze aandacht richt op zijn Vader. ‘Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet, die Hem gezonden heeft.’ (Johannes 5:23)

Wie staat er centraal in je geloofsleven? Het is misschien toch geen goede vraag. Want als je Jezus centraal stelt in je geloofsleven dan leidt Jezus je tot de verheerlijking van zijn Vader. Stel je God centraal in je geloofsleven, dan leidt Hij je tot de verheerlijking van zijn Zoon. Zo worden wij mensen binnengeleid in de liefde van de Vader voor de Zoon en van de Zoon voor de Vader. Die goddelijke liefde over en weer is ons eeuwig thuis!