5 oktober: 3 Johannes

Groter blijdschap ken ik niet, dan dat ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen. 3 Johannes 4 (NBG’51)

Wandelen is een woord dat je veel tegenkomt in de bijbel. Alleen al in de brieven van Johannes komt het tien keer voor. Vaak heeft het woord de gewone letterlijke betekenis. Maar regelmatig heeft het de betekenis van ‘levenswandel’. Hoe gedraagt iemand zich? Hoe ziet iemands levenspraktijk eruit?

Het christelijk geloof draait uiteindelijk om de vraag wat waarheid is. En wat waarheid is, leren wij van Christus. Maar weten wat de waarheid is en leven uit die waarheid is nog niet hetzelfde.

Ik kan weten dat het waar is dat God de enige God is die het waard is om God te noemen. Maar als in mijn leven allerlei andere dingen als het erop aankomt belangrijker zijn dan God (werk, succes, pijn, wrok, zelfbeeld), wandel ik nog niet in de waarheid.

Ik kan weten dat het waar is dat God, die heilig is, in Christus mij aanvaard heeft ondanks mijn zonden en dat ik dus nooit meer bang hoef te zijn voor God als ik op Jezus vertrouw. Maar als ik toch God steeds ontloop op het moment dat ik dingen doe die Hij niet wil en mij voor Hem verstop, wandel ik nog niet in de waarheid.

God is geïnteresseerd in ons dagelijks leven. God ontsluit voor ons de bronnen van het leven en Hij wil dat wij uit die bronnen drinken en zo leven tot zijn eer.

Een goede oefening is het om eens een aantal waarheden uit het christelijk geloof op papier te zetten en je af te vragen: welke consequenties heeft dit voor de manier waarop ik in het leven sta? En: heb ik die consequenties in mijn leven daadwerkelijk getrokken?

Gebed
Leer mij naar uw wil te hand’len, laat mij in uw waarheid wand’len. Voeg geheel mijn hart tezaam tot de vrees van uwen naam. HEER mijn God, ik zal U loven, heffen ‘t ganse hart naar boven. Ja, uw naam en majesteit loof ik tot in eeuwigheid. Amen. (Ps.86:4 berijmd)

Advertenties

5 oktober: 3 Johannes

Groter blijdschap ken ik niet, dan dat ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen. 3 Johannes 4 (NBG’51)

Wandelen is een woord dat je veel tegenkomt in de bijbel. Alleen al in de brieven van Johannes komt het tien keer voor. Vaak heeft het woord de gewone letterlijke betekenis. Maar regelmatig heeft het de betekenis van ‘levenswandel’. Hoe gedraagt iemand zich? Hoe ziet iemands levenspraktijk eruit?

Het christelijk geloof draait uiteindelijk om de vraag wat waarheid is. En wat waarheid is, leren wij van Christus. Maar weten wat de waarheid is en leven uit die waarheid is nog niet hetzelfde.

Ik kan weten dat het waar is dat God de enige God is die het waard is om God te noemen. Maar als in mijn leven allerlei andere dingen als het erop aankomt belangrijker zijn dan God (werk, succes, pijn, wrok, zelfbeeld), wandel ik nog niet in de waarheid.

Ik kan weten dat het waar is dat God, die heilig is, in Christus mij aanvaard heeft ondanks mijn zonden en dat ik dus nooit meer bang hoef te zijn voor God als ik op Jezus vertrouw. Maar als ik toch God steeds ontloop op het moment dat ik dingen doe die Hij niet wil en mij voor Hem verstop, wandel ik nog niet in de waarheid.

God is geïnteresseerd in ons dagelijks leven. God ontsluit voor ons de bronnen van het leven en Hij wil dat wij uit die bronnen drinken en zo leven tot zijn eer.

Een goede oefening is het om eens een aantal waarheden uit het christelijk geloof op papier te zetten en je af te vragen: welke consequenties heeft dit voor de manier waarop ik in het leven sta? En: heb ik die consequenties in mijn leven daadwerkelijk getrokken?

Gebed
Leer mij naar uw wil te hand’len, laat mij in uw waarheid wand’len. Voeg geheel mijn hart tezaam tot de vrees van uwen naam. HEER mijn God, ik zal U loven, heffen ’t ganse hart naar boven. Ja, uw naam en majesteit loof ik tot in eeuwigheid. Amen. (Ps.86:4 berijmd)

Inleiding op de brieven van Johannes

In het Nieuwe Testament komen vijf bijbelboeken voor die in verband gebracht worden met de naam Johannes. Zij worden de johanneïsche geschriften genoemd (het evangelie, de drie brieven en de Openbaring; ook wel het corpus Johanneum genoemd). De komende dagen zullen wij gaan lezen uit de drie brieven van Johannes.

auteur
Er is vrij veel overeenstemming over het feit dat de drie brieven van de hand van dezelfde persoon zijn. Verder zijn er opvallende overeenkomsten tussen met name de eerste brief en het evangelie van Johannes. De overeenkomsten betreffen zowel de thema’s, woordgebruik en zinsgebruik (denk bijvoorbeeld aan de thema’s licht-duisternis, liefde-haat). Sommige geleerden wijzen op verschillen die er zijn tussen het evangelie en de brieven. Zo is het in het evangelie de heilige Geest die de trooster (parakleet) genoemd wordt, terwijl in de eerste Johannesbrief Jezus Christus de parakleet genoemd wordt (1 Johannes 2:2). Verder komen er woorden in het evangelie voor die niet voorkomen in de brieven en andersom. Op grond van die verschillen  heeft men wel geopperd dat er een “school van Johannes” is geweest die bestond uit geestverwante auteurs. Verschillende auteurs zouden dan verantwoordelijk zijn geweest voor de verschillende boeken in het Nieuwe Testament. Het bestaan van zo’n school zou zowel de verschillen als de overeenkomsten kunnen verklaren. Niettemin is het bestaan van zo’n school verre van zeker.
Ik houd het erop dat de verschillende johanneïsche bijbelboeken geschreven zijn door dezelfde auteur die zich “de oudste” noemt. Wie is hij? Al sinds de tweede eeuw (Ireneüs, Clemens van Alexandrië, Tertullianus) wordt gezegd dat het hier om Johannes, de zoon van Zebedeüs, discipel en apostel, gaat.

plaats en tijd van ontstaan
Volgens overlevering is Johannes tijdens de Joodse Oorlog (66-70) naar Efeze gevlucht. Daar was hij oudste van de christelijke gemeente. Het ligt dan voor de hand dat hij geschreven heeft vanuit Efeze.
Als de schrijver van de Johannesbrieven inderdaad de schrijver van het evangelie is, is het de vraag wat eerder geschreven is. De ideeën van de tegenstanders die Johannes in zijn brieven op het oog lijkt te hebben, lijken aan het einde van de eerste eeuw ontstaan te zijn. Als je het evangelie dateert tussen 80-85 ligt een datering van de brieven na het evangelie voor de hand: tussen 85-95.

bedoeling en structuur
Als Johannes zijn brieven vanuit Efeze geschreven heeft, zouden zij bedoeld kunnen zijn voor de gemeenten in die streek, dus gemeenten in Klein-Azië (vergelijk met de zeven brieven die in het boek Openbaring voorkomen).
De eerste brief heeft niet de formele karakteristieken van een brief uit de antieke oudheid. Het lijkt erop dat de eerste brief een algemene brief is, bedoeld voor meerdere gemeenten. Het zou kunnen zijn dat deze algemene brief vergezeld werd van een meer persoonlijk schrijven gericht aan de specifieke gemeente. 2 Johannes zou zo’n begeleidend schrijven kunnen zijn.
De brief gaat onder andere in op de vraag of Jezus de Christus is (1 Johannes 2:22), of Jezus mens is geweest (1 Johannes 4:2) en of zonde een rol speelt in het leven van gelovigen (1 Johannes 1:6-10). Deze punten speelden ook een rol in de confrontatie met de stromingen van de gnostiek en het docetisme en de ketterij van Kerinthus.

Over de structuur van de brief is veel onduidelijkheid. Dat hangt samen met het feit dat er verschillende thema’s zijn die meerdere malen terugkomen. Schnackenburg doet het volgende voorstel:
1:1-4: proloog
1:5-2:17: gemeenschap met God is wandelen in het licht
2:18-3:24: de situatie in de geadresseerde gemeenten
4:1-5:12 het verschil tussen hen die bij God horen en die bij de wereld horen
5:14-21: slot