4 oktober: 2 Johannes

Als er iemand bij u komt die deze leer niet uitdraagt, ontvang hem dan niet, want wie zo iemand groet, is medeplichtig aan zijn kwalijke praktijken. 2 Johannes 10-11

Gisteren lazen we al de waarschuwing van Johannes voor afgoderij waarmee hij zijn eerste brief besluit. Ook in de tweede brief gaat Johannes in op het feit dat er mensen zijn die dingen zeggen over Jezus die niet kloppen. Dat is de eeuwen door zo geweest. Het aardige is dat bijna alle ketterijen die er bestaan over Jezus zo’n beetje in de eerste vier eeuwen van de kerkgeschiedenis voor het eerst de wereld in zijn geholpen en dat allerlei zgn. moderne ketterijen eigenlijk variaties zijn op eeuwenoude ketterijen.

Er zijn blijkbaar mensen die beweren dat Jezus Christus niet als mens gekomen is (2 Johannes 7). Ketterijen zijn trouwens ideeën die voortkomen uit hele herkenbare problemen. Als ik mij probeer voor te stellen dat Jezus 100% mens was en 100% God, dan lukt me dat niet. Als ik naar mijn eigen leven kijk en ik zie hoezeer zonde verweven is met mijn menselijke natuur, dan kan ik me niet voorstellen dat Jezus 100% mens was en toch nooit gezondigd heeft. Als ik bedenk dat Jezus Christus vernederd is, gekruisigd is en gestorven is, dan kan ik me niet voorstellen dat de heilige, verheven en almachtige God vrijwillig dit lijden op zich genomen heeft. Is het eigenlijk niet godslasterlijk om te zeggen dat die mens van Nazareth, die gezweten heeft net als wij, die honger had net als wij, die naar de wc is geweest net als wij – is het niet godslasterlijk om te zeggen dat deze mens God was?

Te geloven dat Jezus 100% mens was en 100% God is nog niet zo eenvoudig. En daarom hebben mensen het probleem altijd geprobeerd op te lossen. Of naar de ene kant, of naar de andere kant. De ene kant is: ontkennen dat Jezus Christus God was. Hij was wel een bijzonder mens, een goddelijk mens zelfs, maar geen God… De andere kant is: ontkennen dat Jezus Christus mens was. Er liep in de eerste eeuw van onze jaartelling een mens rond die Jezus heette en de Geest van de Christus woonde een tijdje in hem, maar de Geest van Christus is natuurlijk geen mens geworden…

Beide oplossingen zijn door de kerk der eeuwen afgewezen als ketterij.

Johannes zegt: als er iemand bij je komt die deze leer niet uitdraagt, ontvang hem dan niet. Johannes bedoelt hier niet dat wij geen mensen bij ons thuis zouden mogen ontvangen die er, in onze ogen, rare of zelf verkeerde ideeën op na houden. Het gaat hier niet over ‘ontvangen’ in de zin van ‘een kopje thee drinken met elkaar’. Johannes doelt hier op de rondreizende leraren en predikers. Als zulke mensen een onzuivere verkondigen, dan moet je zulke mensen niet uitnodigen in je gemeente om onderwijs te geven.

Wat betekent dat praktisch? Niet dat we op ketterjacht gaan. Maar wel dat we waakzaam zijn wie er in onze gemeente het woord mag voeren. Als gemeente luisteren we ook kritisch naar hen die ons voorgaan. Dat betekent dan wel dat we zelf op de hoogte moeten zijn van de juiste leer over Jezus Christus. Studeren dus.

Gebed
Hemelse Vader, wij zijn soms te kritisch en te onheilig in onze kritiek. Dan deugt er niks. Maar wij zijn soms ook wel eens te onkritisch en slikken dan maar alles voor zoete koek. En wij zijn ook nog wel eens lui. We verdiepen ons niet in de fundamenten van ons geloof. En daardoor zijn we dan niet in staat om zin en onzin van elkaar te scheiden, om waarheid en leugen te herkennen.
Bewaar ons voor hoogmoed. Geef ons mildheid in het luisteren naar elkaar. Maar geef ons ook onderscheidingsvermogen en kritisch zin, zodat we zullen verstaan waar het op aan komt. Bewaar de gemeente voor leugen. Help ons te leven uit de waarheid en niets dan de waarheid. In de naam van Jezus’ die de waarheid is. Amen

Advertenties

4 oktober: 2 Johannes

Als er iemand bij u komt die deze leer niet uitdraagt, ontvang hem dan niet, want wie zo iemand groet, is medeplichtig aan zijn kwalijke praktijken. 2 Johannes 10-11

Gisteren lazen we al de waarschuwing van Johannes voor afgoderij waarmee hij zijn eerste brief besluit. Ook in de tweede brief gaat Johannes in op het feit dat er mensen zijn die dingen zeggen over Jezus die niet kloppen. Dat is de eeuwen door zo geweest. Het aardige is dat bijna alle ketterijen die er bestaan over Jezus zo’n beetje in de eerste vier eeuwen van de kerkgeschiedenis voor het eerst de wereld in zijn geholpen en dat allerlei moderne ketterijen variaties zijn op eeuwenoude ketterijen.

Er zijn blijkbaar mensen die beweren dat Jezus Christus niet als mens gekomen is (2 Johannes 7). Ketterijen zijn trouwens ideeën die voortkomen uit hele herkenbare problemen. Als ik mij probeer voor te stellen dat Jezus 100% mens was en 100% God, dan lukt me dat niet. Als ik naar mijn eigen leven kijk en ik zie hoezeer zonde verweven is met mijn menselijke natuur, dan kan ik me niet voorstellen dat Jezus 100% mens was en toch nooit gezondigd heeft. Als ik bedenk dat Jezus Christus vernederd is, gekruisigd is en gestorven is, dan kan ik me niet voorstellen dat de heilige, verheven en almachtige God vrijwillig dit lijden op zich genomen heeft. Is het eigenlijk niet godslasterlijk om te zeggen dat die mens van Nazareth, die gezweten heeft net als wij, die honger had net als wij, die naar de wc is geweest net als wij – is het niet godslasterlijk om te zeggen dat deze mens God was?

Te geloven dat Jezus 100% mens was en 100% God is nog niet zo eenvoudig. En daarom hebben mensen het probleem altijd geprobeerd op te lossen. Of naar de ene kant, of naar de andere kant. De ene kant is: ontkennen dat Jezus Christus God was. Hij was wel een bijzonder mens, een goddelijk mens zelfs, maar geen God… De andere kant is: ontkennen dat Jezus Christus mens was. Er liep in de eerste eeuw van onze jaartelling een mens rond die Jezus heette en de Geest van de Christus woonde een tijdje in hem, maar de Geest van Christus is natuurlijk geen mens geworden…

Beide oplossingen zijn door de kerk der eeuwen afgewezen als ketterij.

Johannes zegt: als er iemand bij je komt die deze leer niet uitdraagt, ontvang hem dan niet. Johannes bedoelt hier niet dat wij geen mensen bij ons thuis zouden mogen ontvangen die er, in onze ogen, rare of zelf verkeerde ideeën op na houden. Het gaat hier niet over ‘ontvangen’ in de zin van ‘een kopje thee drinken met elkaar’. Johannes doelt hier op de rondreizende leraren en predikers. Als zulke mensen een onzuivere verkondigen, dan moet je zulke mensen niet uitnodigen in je gemeente om onderwijs te geven.

Wat betekent dat praktisch? Niet dat we op ketterjacht gaan. Maar wel dat we waakzaam zijn wie er in onze gemeente het woord mag voeren. Als gemeente luisteren we ook kritisch naar hen die ons voorgaan. Dat betekent dan wel dat we zelf op de hoogte moeten zijn van de juiste leer over Jezus Christus. Studeren dus.

Gebed
Hemelse Vader, wij zijn soms te kritisch en te onheilig in onze kritiek. Dan deugt er niks. Maar wij zijn soms ook wel eens te onkritisch en slikken dan maar alles voor zoete koek. En wij zijn ook nog wel eens lui. We verdiepen ons niet in de fundamenten van ons geloof. En daardoor zijn we dan niet in staat om zin en onzin van elkaar te scheiden, om waarheid en leugen te herkennen.
Bewaar ons voor hoogmoed. Geef ons mildheid in het luisteren naar elkaar. Maar geef ons ook onderscheidingsvermogen en kritisch zin, zodat we zullen verstaan waar het op aan komt. Bewaar de gemeente voor leugen. Help ons te leven uit de waarheid en niets dan de waarheid. In de naam van Jezus’ die de waarheid is. Amen

Inleiding op de brieven van Johannes

In het Nieuwe Testament komen vijf bijbelboeken voor die in verband gebracht worden met de naam Johannes. Zij worden de johanneïsche geschriften genoemd (het evangelie, de drie brieven en de Openbaring; ook wel het corpus Johanneum genoemd). De komende dagen zullen wij gaan lezen uit de drie brieven van Johannes.

auteur
Er is vrij veel overeenstemming over het feit dat de drie brieven van de hand van dezelfde persoon zijn. Verder zijn er opvallende overeenkomsten tussen met name de eerste brief en het evangelie van Johannes. De overeenkomsten betreffen zowel de thema’s, woordgebruik en zinsgebruik (denk bijvoorbeeld aan de thema’s licht-duisternis, liefde-haat). Sommige geleerden wijzen op verschillen die er zijn tussen het evangelie en de brieven. Zo is het in het evangelie de heilige Geest die de trooster (parakleet) genoemd wordt, terwijl in de eerste Johannesbrief Jezus Christus de parakleet genoemd wordt (1 Johannes 2:2). Verder komen er woorden in het evangelie voor die niet voorkomen in de brieven en andersom. Op grond van die verschillen  heeft men wel geopperd dat er een “school van Johannes” is geweest die bestond uit geestverwante auteurs. Verschillende auteurs zouden dan verantwoordelijk zijn geweest voor de verschillende boeken in het Nieuwe Testament. Het bestaan van zo’n school zou zowel de verschillen als de overeenkomsten kunnen verklaren. Niettemin is het bestaan van zo’n school verre van zeker.
Ik houd het erop dat de verschillende johanneïsche bijbelboeken geschreven zijn door dezelfde auteur die zich “de oudste” noemt. Wie is hij? Al sinds de tweede eeuw (Ireneüs, Clemens van Alexandrië, Tertullianus) wordt gezegd dat het hier om Johannes, de zoon van Zebedeüs, discipel en apostel, gaat.

plaats en tijd van ontstaan
Volgens overlevering is Johannes tijdens de Joodse Oorlog (66-70) naar Efeze gevlucht. Daar was hij oudste van de christelijke gemeente. Het ligt dan voor de hand dat hij geschreven heeft vanuit Efeze.
Als de schrijver van de Johannesbrieven inderdaad de schrijver van het evangelie is, is het de vraag wat eerder geschreven is. De ideeën van de tegenstanders die Johannes in zijn brieven op het oog lijkt te hebben, lijken aan het einde van de eerste eeuw ontstaan te zijn. Als je het evangelie dateert tussen 80-85 ligt een datering van de brieven na het evangelie voor de hand: tussen 85-95.

bedoeling en structuur
Als Johannes zijn brieven vanuit Efeze geschreven heeft, zouden zij bedoeld kunnen zijn voor de gemeenten in die streek, dus gemeenten in Klein-Azië (vergelijk met de zeven brieven die in het boek Openbaring voorkomen).
De eerste brief heeft niet de formele karakteristieken van een brief uit de antieke oudheid. Het lijkt erop dat de eerste brief een algemene brief is, bedoeld voor meerdere gemeenten. Het zou kunnen zijn dat deze algemene brief vergezeld werd van een meer persoonlijk schrijven gericht aan de specifieke gemeente. 2 Johannes zou zo’n begeleidend schrijven kunnen zijn.
De brief gaat onder andere in op de vraag of Jezus de Christus is (1 Johannes 2:22), of Jezus mens is geweest (1 Johannes 4:2) en of zonde een rol speelt in het leven van gelovigen (1 Johannes 1:6-10). Deze punten speelden ook een rol in de confrontatie met de stromingen van de gnostiek en het docetisme en de ketterij van Kerinthus.

Over de structuur van de brief is veel onduidelijkheid. Dat hangt samen met het feit dat er verschillende thema’s zijn die meerdere malen terugkomen. Schnackenburg doet het volgende voorstel:
1:1-4: proloog
1:5-2:17: gemeenschap met God is wandelen in het licht
2:18-3:24: de situatie in de geadresseerde gemeenten
4:1-5:12 het verschil tussen hen die bij God horen en die bij de wereld horen
5:14-21: slot