7 juni: Job 17

…U zult hen toch niet laten zegevieren? Job 17:4b

Vandaag stond in de krant het verhaal van een man die slachtoffer geworden was van identiteitsfraude. Hij werd – zonder te weten waarom – verschillende keren verhoord door de politie die hem verdacht van het kweken van hennep. En ook het energiebedrijf meldde zich met rekeningen die in de tienduizenden euro’s liepen. Zelfs zijn familie en vrienden vroegen hem: je hebt het toch niet echt gedaan? Bewijs als slachtoffer van identiteitsfraude maar eens dat jij het niet gedaan hebt.

Zoiets zal Job toch ook gevoeld hebben. De redenering is nog steeds dat wie leed overkomt, dat leed over zichzelf heeft afgeroepen door verkeerde dingen te doen. En hoe harder Job roept dat hij onschuldig is, hoe dogmatischer zijn vrienden antwoorden dat hij toch echt wel iets gedaan zal hebben. Job, bewijs maar eens dat jij het niet gedaan hebt.

In dit hoofdstuk zien we iets van de wanhoop van Job. Hij beseft dat hij zijn onschuld nooit zal kunnen bewijzen. Het maakt hem eenzaam. Het enige dat zeker is, is dat hij op een dag zal sterven. En waar is dan nog je hoop als je leven een wachten op de dood geworden is?

Ik heb de neiging om eerst maar eens lang stil te blijven bij deze machteloosheid van Job die resulteert in hopeloosheid. Me in te denken hoe het is om zo klem te zitten. Ik zie gezichten voor me van mensen die ik hem ontmoet die ook klem zaten. Je ziet de machteloosheid in hun ogen. En je weet het zelf ook niet.

Het zijn donkere verzen die we lezen in Job 17. Je ruikt de wanhoop en de radeloosheid. En toch zit er een merkwaardig sprankje hoop in dit hoofdstuk. Job beseft dat hij zich niet kan verdedigen tegen de betonnen redeneringen van zijn vrienden. Er is er maar één die het voor hem kan opnemen. En dat is de God die zich – zo lijkt het althans – tegen hem gekeerd heeft. En wat is nu het merkwaardige? Dat Job zich tot God wendt en zegt: het kan toch niet waar zijn dat de leugens en verkeerde aannames van mijn vrienden het laatste woord zullen hebben? ‘Het kan toch niet waar zijn dat…’ Dat is een zinnetje dat je in je verbijstering over wat er gebeurt in de wereld zomaar wat voor je uit mompelt. Dan vallen je woorden neer op de grond. Maar je kunt die woorden ook maken tot een gebed: ‘God, het kan toch niet waar zijn dat…’ In zijn wanhoop beseft Job dat God zijn enige bron van hoop is.

Wie doorleest tot het einde komt erachter dat Job gelijk heeft gehad met dit rauwe ‘Het kan toch niet waar zijn dat…’, want God laat de vrienden van Job niet zegevieren. Hen worden de oren gewassen door God zelf. God stelt zich borg voor Job. Maar het duurt nog wel even voordat Job dat ervaart. Tot die tijd kunnen we maar beter stil naast hem blijven zitten en hem niet alleen laten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s