14 mei: Matteüs 28

Iemand heeft eens geschreven: “Het slot van het evangelie van Matteüs is een start. Matteüs geeft de regeringsverklaring van Koning Jezus: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.” (G. van den Brink)

Jezus is koning. Eigenlijk is dat het thema van het boek dat Matteüs geschreven heeft. Al in het eerste hoofdstuk wil hij laten zien dat Jezus afstamt van David, de grootste koning in de Joodse geschiedenis. Maar ook de beroemde bergrede, met al die prachtige zinnen als: “zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden, zalig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden”, die bergrede is een soort troonrede van Jezus waarin Hij de grondwet van het koninkrijk van de hemel uitdraagt. En in het verhaal van de kruisiging van Jezus speelt die koningstitel ook een belangrijke rol. Is Jezus de koning van de Joden of niet? Nou, het leek erop van niet. Want ze hebben Hem aan een kruis geslagen en Hij is gestorven. Dus, al was Hij een koning, dan is Hij in ieder geval een dode koning en daar heb je niet zoveel aan. Ja, maar nu vertellen Matteüs en de andere evangelisten ons dat deze koning is teruggekomen. The return of the King. Hij is teruggekomen uit de dood. Want Hij heeft de dood overwonnen. Dat hebben we gevierd met Pasen. De koning is niet dood. De koning leeft!

Jezus is dus een koning! Jezus zegt: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Wie kan zoiets zeggen? Sommige presidenten of dictators hebben veel macht. Denk aan Amerika, denk aan China. Sommige zakenmensen hebben veel macht. Denk aan Bill Gates. Sommige wetenschappers hebben veel macht. Maar geen van allen kan zeggen: mij is gegeven alle macht op aarde. Geen enkele dictator heeft dat ooit durven beweren. Jezus zegt dat Hij niet alleen alle macht heeft op aarde maar ook in de hemel. En die macht heeft Hij niet veroverd of met geweld afgepakt, nee, die macht is hem gegeven. Door zijn Vader. Paulus zegt later in een van zijn brieven: “hoe overweldigend groot [is] de krachtige werking van Gods macht voor ons die geloven. Die macht was ook werkzaam in Christus toen God Hem opwekte uit de dood en Hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige. Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld” (Ef.1:19-23).

Jezus zegt: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Zo’n zinnetje zet ons op een tweesprong. Of Jezus spreekt hier de waarheid, of Hij liegt. Als Hij liegt, dan is Hij onbetrouwbaar, misschien lijdt Hij dan wel aan grootheidswaanzin. En op zich gebeuren er genoeg dingen in de wereld ver weg maar ook dichtbij die je doen twijfelen of Jezus wel alle macht heeft. Want als Hij die macht nou heeft, waarom doet Hij dit dan niet of voorkomt Hij dat niet. Ja, dat zijn ongelooflijk moeilijke vragen. Maar als wij denken dat Jezus hier liegt, waarom zou Hij op andere punten dan wel de waarheid spreken? Als Jezus hier liegt wanneer Hij zegt: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde, dan kunnen we maar beter helemaal stoppen met geloven.

Aan de andere kant: stel nu eens dat Jezus hier wel de waarheid spreekt? Stel nu dat Hij inderdaad de koning is aan wie alle macht gegeven is? Aan wie kun je je eigen leven en dat van je kinderen dan beter toevertrouwen dan aan Jezus? Dat is trouwens geen garantie op een rimpelloos leven, maar het is wel de garantie dat je het in je leven, hoe moeilijk het ook wordt, nooit helemaal alleen hoeft te doen en dat het uiteindelijk goed zal komen.

Jezus plaatst ons voor een keuze. Als wij Jezus zo horen praten, geloven wij Hem dan op zijn woord? Als Hij inderdaad is, wie Hij zegt dat Hij is, dan doen we er goed aan om ook te luisteren naar wat Hij nog meer zegt. Het is immers de koning van hemel en aarde die ons een opdracht geeft.

11mei: Matteüs 27

Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? Matteüs 27:46b

Als je de geschiedenis van het lijden en sterven van Jezus Christus leest, dan kom je onder de indruk van de lichamelijke kant van het lijden. Jezus is geslagen, gegeseld, gekruisigd. Maar naast het lichamelijke lijden, is er ook de psychische kant geweest. Jezus is vernederd. Hij werd bespot. Denk je eens in hoe eenzaam Jezus geweest zal zijn, nadat zijn discipelen, zijn vrienden Hem verlaten hadden. De één verraadt Hem. De ander verloochent Hem. En de rest vlucht weg. Iemand heeft eens gezegd: als mensen van wie jij dacht dat ze van je houden, je in de steek laten, dan is dat de hel op aarde.

Maar het lijden van Jezus heeft ook een geestelijke kant gehad. “Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?” Dat Jezus verlaten is geworden door God, dat is de kern van zijn lijden en sterven. Op Golgotha hing voor iedereen merkbaar een diepe duisternis (27:45). Maar in die duisternis op Golgotha ging Jezus een nog veel diepere duisternis in: de duisternis van de Godverlatenheid.

God is de Bron van leven. God is je oorsprong, God is je toekomst. Als God je verlaat betekent dat, dat je bent overgeleverd aan de dood. God is licht, zegt de apostel Johannes. Als Hij je verlaat, dan wordt het donker om je heen. Inktzwart. God is de Bron van overvloedige vreugde. Als God je verlaat, dan wijkt de vreugde om plaats te maken voor angst en verdriet. Als God je verlaat, dan houdt alles op. Als God zich echt volledig terugtrekt uit je leven, dan blijft uiteindelijk alleen de waanzin over, de angst, de wanhoop.

Hoe kan dat nou, dat God uitgerekend Hem verlaat. In de bijbel staan prachtige beloften. Tegen Jozua, naamgenoot van Jezus, zegt God: “Ik zal niet van je zijde wijken en je niet verlaten.” (Jozua 1:5b) God heeft bij monde van de profeet Jesaja tegen Israël gezegd: “Wees niet bang, want Ik ben bij je, vrees niet, want Ik ben je God. Ik zal je sterken, Ik zal je helpen, je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.”(Jesaja 41:10) En Jezus heeft dat in zijn leven ook zo ervaren. Tegen zijn leerlingen zegt Jezus: “Ik ben niet alleen, want de Vader is bij Mij.” (Johannes 16:32b) En zo was het ook. Maar hier op Golgotha niet meer.

Waarom breekt God zijn beloften? Waarom is daar nu die radicale scheiding tussen God en zijn Zoon? Weet je wat scheiding maakt tussen God en mens? Zonde. De profeet Jesaja zegt tegen het volk Israël: “jullie wangedrag is het dat jullie en je God uit elkaar heeft gedreven.” (Jesaja 59:2) Zonde is God verlaten. En oordeel is dat God je je zin geeft…

Hier hangt Jezus aan het kruis. Hij die geen zonde kende. Hij die nooit zonde heeft gedaan. Hij wordt door God verlaten. Waarom? Omdat Hij onze zonden draagt en de Godverlatenheid draagt die wij verdiend hadden. Het zijn onze zonden die scheiding maken tussen Hem en zijn Vader. “De wandaden van ons allen, liet de HEER op hem neerkomen.” (Jesaja 53:6) “God heeft Hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde.” (2 Korintiërs 5:21)

En wat is nu het wonder? Dat aan dit kruis op Golgotha die wonderlijke ruil heeft plaatsgevonden. Hij draagt mijn zonden, Hij draagt de Godverlatenheid die mijn deel zou moeten zijn. Hij draagt dat. En wat krijg ik? Ik krijg zijn gerechtigheid. Ik word door God aangenomen als zijn kind en hoef nooit meer bang te zijn door God verlaten te worden. Hoe zegt het klassieke avondmaalsformulier het ook al weer? “[Hij] heeft zich vernederd tot in de allerdiepste versmaadheid en angst der hel, met lichaam en ziel, aan het hout des kruizes, toen Hij riep met luider stem: Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten? opdat wij tot God zouden genomen worden en nimmermeer van Hem verlaten worden.”

Jezus heeft Psalm 22 vers 1 op de lippen genomen. “Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?” En het wonder is dat wij die woorden nooit meer op de lippen zullen hoeven te nemen. Want onze Godverlatenheid is weggedragen. Wij mogen de woorden van die andere Psalm bidden, Psalm 23: “Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want U bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed.” Door wat Jezus voor mij gedaan heeft, mag ik dat zeggen. Ik vrees geen gevaar, want U, God, bent bij mij. Als je vertrouwt op het volbrachte werk van Jezus Christus, dan ben je voor tijd en eeuwigheid niet eenzaam meer, niet meer alleen, maar geborgen in Gods Vaderarmen. Zelfs als je het gevoel hebt, dat God er niet meer is voor jou, zelfs dan moet je tegen jezelf zeggen: God verlaat mij niet. Nooit. Want Jezus heeft de verlatenheid volkomen gedragen.

10 mei: Matteüs 26

Hij zei: ‘Ga naar de stad en zeg tegen de persoon die jullie bekend is: “De meester zegt:’Mijn tijd is nabij, bij jou wil ik met mijn leerlingen het pesachmaal gebruiken.’”‘ Matteüs 26:18

Wat zou je doen als je wist dat je nog maar een paar dagen te leven hebt? Jezus wil met zijn leerlingen ook dit jaar het Paasfeest vieren. Ook nu de gang naar het kruis zo dichtbij gekomen is.

Waarom is dat? Nu, in elk geval ook omdat het vieren van het Paasfeest voor elke Jood een gebod van God is. Het is niet iets vrijblijvends, maar een goddelijke verplichting. De Paasmaaltijd is de maaltijd waarin wordt teruggeblikt op de bevrijding uit de slavernij van Egypte. Waar het volk Israël verschrikkelijk te lijden heeft gehad onder de slavernij en dacht voor altijd zo in slavernij te zullen moeten leven, daar heeft God met een krachtige arm en een sterke hand zijn volk uitgeleid. Dat ging niet zonder slag of stoot. Tien plagen waren er nodig. En zelfs na de tiende plaag kwam de farao nog achter het volk aan. Ze zaten als ratten in de val daar tussen de Rode Zee aan de ene kant en de legers van farao aan de andere kant. Maar op wonderbaarlijke wijze heeft God het volk toen bevrijd. Bevrijd uit slavernij dwars door het water van de dood heen. Dat wordt gevierd met Pesach. De God van Israël is een God die bevrijdt. zelfs uit de banden van de dood. De Here HERE doet alleen ons aan de dood ontkomen. Dat heeft het volk Israël bij de uittocht uit Egypte zelf mogen ontdekken.

Maar het vieren van het Pesachmaal is nooit alleen maar terugdenken. Zo van: die goede oude tijd, wat mooi toch dat het toen zo gegaan is. Nee, gedenken in de bijbel is altijd meer dan terugdenken aan de daden van God die Hij gedaan heeft in het verleden. Want als je zo terugkijkt, kom je als het ware vanzelf onder de indruk van Gods macht en majesteit. En dan ga je ernaar verlangen dat God ook zo in jouw leven bevrijdend aanwezig zal zijn. Sterker nog, door te denken aan Gods daden uit het verleden, wordt als vanzelf het vertrouwen op God weer aangewakkerd. Zou God die toen zijn volk bevrijdde ook niet nu in onze tijd kunnen bevrijden en verlossen? Door feest te vieren over dingen uit het verleden krijg je moed voor de toekomst.

Zou daar het verlangen van Jezus om de Paasmaaltijd te vieren mee samenhangen? Dat het vieren van het feest van de uittocht uit Egypte Jezus moed heeft gegeven voor zijn weg naar Golgotha? Wat is de kern van het Joodse Paasfeest? Dat is toch dat God redt door de dood heen. Zo is het Pesachmaal voor Jezus zelf moedgevend. Jezus zal weggeleid worden om gekruisigd te worden. Maar Hij mag weten: God redt door de dood heen. Wat een bemoediging is dat geweest voor Jezus. Maar ook voor zijn discipelen.

9 mei: Matteüs 25

Op de dag dat Jezus terugkomt, word je ter verantwoording geroepen voor de manier waarop je je leven hebt geleefd. Hoe je nu leeft heeft consequenties voor straks. God neemt ons echt serieus. Ik hoorde eens het verhaal van een leraar die alle leerlingen altijd hetzelfde cijfer gaf. Het maakte niet uit wat je deed, iedereen kreeg een zeven. Want, zo redeneerde hij, je moest er van uitgaan dat iedereen z’n best had gedaan. In het begin is dat wel leuk. Maar op den duur voel je je niet serieus genomen. Sommige mensen praten ook zo over God. Alsof God tegen ons zegt: je bent af en toe wel een beetje stout geweest, maar ja, je bent toch wel erg lief. Nee, maar al te vaak doen mensen dingen die echt niet door de beugel kunnen. In het groot en in het klein. En God neemt dat serieus. God ziet de misdaden in oorlogen, maar Hij ziet ook de pesterijen op het schoolplein. En Hij ziet het verschil tussen die dingen èn de overeenkomsten. God neemt ons serieus. Dat betekent trouwens dat God het ook ziet, wanneer wij het goede proberen te doen. God is eerlijk en rechtvaardig. Daar hoeven wij ons geen zorgen om te maken.

God neemt ons zo serieus, dat Hij ons straks zal oordelen, omdat Hij de slachtoffers van deze wereld zo serieus neemt. God neemt het verwoeste leven van kinderen die seksueel misbruikt zijn serieus. God neemt het onpeilbare lijden van de concentratiekampen serieus. God kent de namen van al die mensen die te lijden hebben gehad onder het gedrag van andere mensen. God vergeet hen niet. Gerechtigheid is een kernwoord bij God. Dat aan God en aan mensen recht wordt gedaan: dat vraagt God van ons. En overal waar dat niet gebeurt, zal God voor deze rechtelozen opkomen. Wij vergeten slachtoffers zo snel. Maar God vergeet hen niet. God komt op voor de zwakken en de verdrukten. En als je er op die manier naar kijkt, dan kun je ook heel erg verlangen naar het oordeel.

Je voorbereiden op de wederkomst van Jezus: hoe doe je dat? Een schatrijk persoon gaat weg, vertrouwt zijn bedrijf aan een paar knechten toe, komt onverwachts terug en roept de knechten ter verantwoording. Twee hebben het goed gedaan, eentje niet. Waar zit het verschil?

Die van de vijf en de twee talenten verdubbelen schijnbaar zonder enige moeite het bedrag. Hoe komt dat? Het enige dat we lezen is dat zij met het geld aan de slag gaan. Is die verdubbeling nu een kwestie van geluk? Of van zakelijk inzicht? Misschien moet je eens letten op die aantallen talenten: vijf en twee. Doen die getallen een belletje rinkelen? Zoveel broden en vissen had Jezus om duizenden mensen mee te voeden. Hoe ging dat ook al weer: door de delende handen van Jezus kreeg iedereen genoeg. Zou dat bij deze werknemers ook zo gegaan zijn? Dat ze met vertrouwen aan de slag zijn gegaan, hun geld hebben uitgegeven, en zo later het met winst hebben kunnen terugkrijgen? Die derde knecht is heel anders. Hij doet niks met wat hij van zijn baas gekregen heeft. Hij is niet vol vertrouwen aan de slag gegaan. Sterker nog, hij noemt zichzelf bevreesd en angstig. Deze man is bang voor z’n baas en blijft uit angst zitten waar hij zit en verroert zich niet.

Zo stelt deze gelijkenis ons twee manieren van geloven voor ogen. Ik moet je zeggen dat ik mezelf vaak vind lijken op die derde knecht. Herken je dat? Dat je stiekem toch een beetje bang bent voor God? Bang dat je het fout zal doen en daarom doe je maar niets. Want als ik niets doe, dan kan ik tenminste ook niets fout doen. Zo zijn er heel wat gelovigen geweest voor wie geloven vooral betekende: niets fout doen. Maar die twee eerste dienstknechten die doen het heel anders: zij trekken er op uit en gaan aan de slag. Zij zullen vast ook wel eens bang geweest zijn en in bed gelegen hebben met de gedachte, stel nou dat het niks wordt. Maar ze zijn met hun talenten aan de slag gegaan voor de baas. Ze hebben vertrouwen gehad en zie, hun kapitaal vermeerderde.

8 mei: Matteüs 24

Laat dat je dan niet verontrusten, die dingen moeten namelijk gebeuren. Matteüs 24:6

Als christelijke gemeente geloven wij dat eens de Heer zal wederkomen om zijn Rijk te vestigen en in de geloofsbelijdenis zeggen wij over Jezus Christus dat wij geloven dat Hij zal terug komen om te oordelen de levenden en de doden. Ooit komt de geschiedenis tot stilstand omdat God zijn hele schepping tot voleinding zal brengen. Een voleinding die tegelijkertijd voor allen die in Hem geloven een nieuw begin zal zijn. Maar bij ons kan de vraag wel eens heel dringend zijn: wij geloven wel in de komst van het Koninkrijk, maar, Heer, wanneer dan? Wanneer zal dit allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we uw komst en de voltooiing van deze wereld herkennen? (24:3)

Mensen op zoek naar zekerheid, op zoek naar de exacte tijd, naar het precieze tijdstip van de wederkomst. Maar zij krijgen geen direct antwoord. Jezus gaat op hun vraag naar de exacte tijd niet in. In plaats daarvan zegt hij: Pas op dat niemand jullie verleidt.

Jezus verzwijgt niet dat er nog veel dingen zullen gebeuren die heel erg zijn, Jezus verzwijgt ook niet dat zijn volgelingen vervolgd en gevangengenomen zullen worden, maar tegelijkertijd zegt Hij, ook tegen ons: ga al die zogenaamde messiassen niet achterna, laat je niet verleiden en laat je niet verontrusten.

Laat je niet verontrusten. Dat zegt Christus tegen zijn volgelingen en tegen ons. Laat je geen angst aanjagen, want uiteindelijk is het God zelf die zijn plan ten uitvoer zal brengen. Uiteindelijk berust bij God de macht om Zijn Koninkrijk aan te laten breken. Het is slechts aan God om te weten wanneer die dag zal zijn. Wij mensen kunnen puzzelen en rekenen wat we willen, maar God is het die zijn plannen op zijn tijd zal uitvoeren.

En zo bemoedigt Jezus ons: laat je niet verontrusten, want God regeert! Hij is de Machtige, de Eeuwige, die zijn heil zal laten komen wanneer Hij dat wil. Wij zijn dus niet uitgeleverd aan het lot, of aan de stand van de sterren, of aan de macht van de wereldleiders. Nee, God regeert, de God die Israël bevrijdde uit Egypteland en het van daaruit uitleidde met een sterke hand en een uitgestrekte arm. En deze God zal ook de dag bereiden dat zijn Rijk komt.

Moet je dan maar gaan zitten afwachten? Nee. Wees waakzaam! (24:42) Je moet klaar staan! (24:44) Er op bedacht zijn dat God zomaar elke dag bij ons kan komen met zijn vrede en zijn gerechtigheid. Elke dag mogen wij God toebidden: kom maar, Heer, met dat feestmaal van U, want wij zijn bereid. Wij verwachten U, elke dag opnieuw. Wij leven naar uw toekomst toe. Dat is een wachten dat je hele leven kleurt. Want geloven in een dag waarop God zijn Rijk zal vestigen en waarop wij geoordeeld zullen worden, betekent dat het niet zinloos is wat wij doen in ons leven. Het betekent dat er eens gerechtigheid zal zijn voor hen die daar nu naar snakken. En dat wij intussen moeten doen wat ons hand vindt om te doen, wetend dat elke daad die wij verrichten tot eer van God niet tevergeefs is.

Gebed
Vader in de hemel, zo vaak leven wij alsof dit leven op aarde het enige is dat er toe doet. En intussen leven wij toe naar een toekomst die bij U vandaan komt. Maar zo leven wij vaak niet. Help ons daarbij. Dat wij leren verlangen naar uw Rijk. Naar de dag waarop U vrede en gerechtigheid brengt. Maak ons daarvoor gereed. In Jezus’ Naam. Amen.

7 mei: Matteüs 23

wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd Matteüs 23:12b

Matteüs geeft in zijn evangelie vijf grote blokken van Jezus’ onderwijs weer (hoofdstukken 5-7, 10, 13, 18, 23-25). Het lijkt alsof Matteüs wil suggeren: Mozes, de grote leraar van Israël, gaf zijn onderwijs in vijf boeken (Genesis-Deuteronomium), hier in Jezus is een nieuwe Mozes gekomen.

In dit laatste blok onderwijs blikt Jezus vooruit en gaat Hij in op het conflict met de Joodse leiders. Wat verwijt Jezus de Farizeeën en de schriftgeleerden?

Jezus erkent het feit dat de Farizeeën en de schriftgeleerden gezag hebben: zij geven onderwijs vanuit de wet van Mozes en daarvoor past respect (23:1-3). Jezus is niet gekomen om de wet af te schaffen! Wat Jezus de Farizeeën en schriftgeleerden verwijt, is dat zij niet zelf in praktijk brengen wat zij aan andere mensen opdragen.

Een simpel voorbeeld: je weigert je kind een tweede koekje. Het heeft genoeg gesnoept vandaag en je gaat zo eten. Je loopt de keuken in. De koektrommel staat open en je neemt zelf een derde koekje. Je kind was meegelopen de keuken in en ziet het gebeuren en roept: dat is niet eerlijk. Nee, dat is het ook niet. Het is zelfs hypocriet. Hoe rechtvaardig je dat? Door te zeggen of te denken: ja, maar ik ben volwassen, voor mij gelden andere regels.

Op mij zijn de regels niet of anders van toepassing, want ik ben anders. Hypocrysie komt voort uit hoogmoed. En hoogmoed is extra gevaarlijk voor mensen in leidinggevende posities. Ook, of misschien wel juist in kerkelijke kringen. Misschien is de meest voorkomende zonde onder dominees wel hoogmoed.

Hoe ontkom je als gemeenschap van leerlingen van Jezus aan de hoogmoed? Hoe voorkom je dat die zonde je gemeenschap verziekt?

De remedie zit in het driemaal herhaalde “één”: één meester, één vader, één leraar (23:8-10). Als ik mijzelf vergelijk met anderen kan ik wel denken dat ik redenen heb om mijzelf te feliciteren, maar als ik bedenk dat de anderen en ik gezamenlijk één meester, één vader en één leraar hebben, dan vallen er een hoop verschillen weg.

En dan nog iets: wil je weten wat een echte meester, vader en leraar doet? Kijk dan naar Jezus. De Mensenzoon is gekomen om te dienen. (20:28)

Jezelf vernederen is niet hetzelfde als jezelf in een kwaad daglicht stellen. Of jezelf laten gebruiken als deurmat. Jezelf vernederen wil zeggen: niet toegeven aan de hoogmoedige gedachte dat jij een uitzondering bent. Dat jij gediend zou moeten worden. Hoe kan ik de mensen om mij heen dienen. Dat is een vraag die mij niet heel erg goed ligt. Maar het is een vraag die mij heel concreet leert wat het is om Jezus na te volgen.

4 mei: Matteüs 22

“Vriend, hoe ben je hier binnengekomen terwijl je niet eens een bruiloftskleed aanhebt?” Matteüs 22:12

Jezus gaat met mensen om die dingen doen die God niet wil. Dit verbaast en ergert mensen in de omgeving van Jezus. En dat is een reactie van alle tijden. In een dorpskerk kwam na jaren afwezigheid iemand op zondag de kerk binnen van wie het hele dorp wist dat hij een behoorlijk scheve schaats gereden had. Een gemompel van afkeuring ging door de kerkbanken. “Alsof God op die vent zit te wachten…”

Aan de andere kant zijn er mensen die denken dat God van ons houdt zonder dat het Hem iets interesseert hoe ons leven eruit ziet. “Ik doe mijn eigen ding, want God zal me toch wel accepteren zoals ik ben.”

De gelijkenis die Jezus vertelt, snijdt ons de pas aan beide kanten af.

Ja, iedereen is welkom. Hoer, collaborateur (tollenaar), moordenaar enzovoorts. Jezus gaat met hen om en nodigt hen uit voor het bruiloftsmaal. Er is niets in je verleden of heden dat God ervan weerhouden kan om je lief te hebben. Waar wij soms moeite hebben om onder de pleger van een misdrijf een mens te zien, waar wij soms moeite hebben om iemand weer op te nemen in de gemeenschap, daar zet God ruimhartig de deuren van zijn Koninkrijk wagenwijd open. Je hoeft aan geen enkele voorwaarde te voldoen om op zijn uitnodiging in te gaan.

Maar het interesseert God wel degelijk hoe je leven eruit ziet. God accepteert je zoals je bent. Dat komt omdat Hij je lief heeft. En juist omdat God je liefheeft, kan Hij niet accepteren dat je blijft zoals je bent. Blinden, lammen, bezetenen. Ze zijn welkom bij Jezus. Hij heeft ze lief op het moment dat ze blind, lam en bezeten zijn. Maar Hij laat ze niet zoals ze zijn. Hij maakt ze ziend, lopend en vrij. En zij zouden het niet anders gewild hebben. Bij de hoeren en tollenaren gaat het precies hetzelfde.

Als je iemand liefhebt, dan wil je het beste voor iemand. Daarom wil een moeder niet dat haar kind verslaafd is aan drugs. Maar dat wil niet zeggen dat zij niet van haar verslaafde kind houdt. Ze houdt van haar kind en haat de verslaving. Zij zal alles op alles zetten om haar kind los te krijgen uit de verslaving.

Gods liefde is geen vrijbrief om je eigen gang te gaan. Gods liefde wil je veranderen. Leerling zijn van Jezus wil zeggen: zo dicht in de buurt van Jezus zijn en blijven dat de liefde van God je leven daadwerkelijk veranderen kan.

Als je geen feestkleren aan wilt, zoals de man in de gelijkenis, zeg je eigenlijk nee tegen Gods liefde. En dan had je dus net zo goed niet kunnen komen.